Ville de Dinant NL
Vous êtes ici :  Historisch erfg > Bekendheid > Pater Pire
Pater Pire  

Eerwaarde heer Dominique-Georges Pire wordt op 10 februari 1910 in Dinant geboren. Na zijn klassieke studies aan het Collège Notre-Dame de Bellevue in zijn geboortestad en een jaar wijsbegeerte, treedt hij op 14 september 1928 in bij de dominicaner orde in het klooster van La Sarte in Hoei.
In 1932 wordt hij voor vier jaar uitgestuurd naar Rome, om er zijn studies voort te zetten en een doctoraatsproefschrift in theologie te verdedigen. Hij wordt op 14 juli 1934 tot priester gewijd in Rome en blijft er verder studeren tot in 1936.
Na zijn terugkeer in België rondt hij zijn opleiding af met een jaar Politieke en Sociale wetenschappen aan de universiteit van Leuven. Daarna doceert hij tien jaar lang moraalfilosofie en sociologie aan het klooster van La Sarte.

Ondertussen heeft hij veel belangstelling voor de meest uiteenlopende sociale problemen. Hij wil de kansarmen uit de regio van Hoei helpen, en richt in 1938 de Service d’Entraide Familiale op (een gratis dienst voor hulp aan arme gezinnen), evenals de openluchtstations die tijdens de oorlog 40-45  veel succes oogstten (1000 kinderen om te voeden) en zeker ook na de oorlog (zo werden 800 kinderen uit gebombardeerde Belgische steden gered, evenals 600 jonge Fransen uit Parijs, Lyon en Cluny).
Tijdens de tweede wereldoorlog is Dominique Pire aalmoezenier van het Geheim leger en agent bij de Inlichtingen- en Actiedienst. Zijn activiteiten in het verzet leveren hem het Oorlogskruis met palmen op, evenals de Medaille van de Weerstand met gekruiste zwaarden, de Oorlogsmedaille 40-45, de Medaille van Nationale Erkentelijkheid.

Omdat het vreselijk drama van de vluchtelingen van de tweede wereldoorlog hem diep raakt, besluit hij in 1949 iets te doen om hun leed te verzachten.  Om de duizenden mensen die aan hun lot waren overgelaten te helpen, sticht hij de Hulpverlening aan Ontheemden en voert hij een grootscheepse campagne ten bate van de minstbedeelden: 18000 peterschappen (contacten met brieven en pakjes), vier tehuizen voor bejaarde vluchtelingen, zeven Europese Dorpen (vijf in Duitsland, één in Oostenrijk, één in België) worden zo opgericht.
Tegelijk voert Dominique Pire in heel Europa een kruistocht voor het Europa van het Hart: op deze manier streeft hij naar «l’union de toutes les bonnes volontés par-dessus toutes les barrières (nationales, confessionnelles, sociales, linguistiques ou autres) qui divisent habituellement les humains» (de bundeling van alle goede wil, over de nationale, linguïstische, sociale, confessionele en ideologische barrières heen, die meestal verdeeldheid zaaien tussen de mensen).

De hele idee achter zijn actie levert hem in 1958 de Nobelprijs voor de Vrede op. Deze prijs is voor hem van onschatbare morele waarde, veel meer dan een beloning, en zet hem aan om nog meer te doen.
De post die hij elke dag uit de hele wereld krijgt, vertelt over materiële en morele ellende van allerlei slag, maar ook van goede wil in talloze vormen.  Dit geeft Pater Pire het idee om ‘al deze goede wil ten dienste van al deze ellende te stellen’. En dus richt hij in 1959 ‘Een Open Hart voor de Wereld’ op.
Zijn werk breidt geleidelijk uit, tegen een humanistische en universele achtergrond. Het vertaalt zich in de ‘Broederlijke Dialoog’, de beste weg naar vrede tussen de mensen, waarvan hij volgende definitie geeft : «Le Dialogue Fraternel consiste, pour et chacun, à mettre provisoirement entre parenthèses ce qu’il est, ce qu’il pense, pour essayer de comprendre et d’apprécier positivement, même sans le partager, le point de vue de l’Autre» (Broederlijke Dialoog houdt in dat we samenwerken voor een gemeenschappelijk doel en zo de andere beter leren waarderen. Dat vraagt dat we onze mening tijdelijk tussen haakjes zetten, om naar de andere met respect te luisteren en ons in te leven in diens denk- en gevoelswereld).

Deze dialoog krijgt concreet vorm met vier initiatieven die Dominique Pire tussen 1960 en 1964 opzet:
1960: Wereldwijde Peterschappen voor tijdelijke hulp aan vluchtelingen (vooral in Azië en Afrika), een Vredesuniversiteit om goede ‘vredeswerkers’ op te leiden. 
1962: de Vredeseilanden, een bijzonder ambitieus programma dat een antwoord moet geven op de schrijnende drama’s die de mensheid blijven verscheuren: de ellende en de honger in de wereld. De Vredeseilanden hebben een tweeledig doel:
- het technisch welslagen van de bevordering van een landelijke gemeenschap in ontwikkelingslanden, met toepassing van het principe van de zelfhulp (de initiatieven van de autochtonen maximaal stimuleren);
- menselijke broederlijkheid: op basis van het principe dat «de mensen elkaar pas goed leren kennen en waarderen als ze samen een nuttige taak uitvoeren», worden de Vredeseilanden opgezet, met medewerking van alle mensen van goede wil, die verenigd zijn over alle mogelijke grenzen en hindernissen heen.
Het eerste Vredeseiland (Gohira) wordt in 1962 gesticht in Oost-Pakistan (nu Bangladesh). Na afloop van het programma dat voor dit eerste experiment werd uitgestippeld, legt Pater Pire de grondslagen voor een tweede Vredeseiland in Zuid-India, namelijk in Kalakad, in 1968. Sinds 1962 werden vier Vredeseilanden autonoom: Gohira (1962-1967), Kalakad (1967-1975), Timboektoe (Mali, 1975-1994), Yalogo (Burkina Faso, 1982-1999); drie krijgen nog steun: Bolama (Guinee-Bissau, 1986), Pangor (Ecuador, 1995) en Tin Suani (Burkina Faso, 1999). Er lopen momenteel contacten met het oog op nieuwe partnerships in het noorden van Benin, in de Democratische Republiek Congo en in Bolivië.
1964: de Wereldwijde Vriendschappen met als doel interindividuele vriendschapsrelaties aan te knopen die bijdragen tot meer begrip tussen bevolkingsgroepen.
Naast nog andere activiteiten had Pater Pire net een programma op het getouw gezet ten bate van de Tsjechoslowaakse studenten, wanneer hij op 30 januari 1969 in Leuven sterft.
Pater Pire kreeg talloze eervolle onderscheidingen van buitenlandse universiteiten en regeringen en was ook Ridder van het Erelegioen (1958) en Laureaat van de ‘Sonning-Prijs voor de Europese Cultuur’ (1964).
Buiten tal van artikels, brochures en uiteenzettingen, schreef Dominique Pire in 1966 ook een boekje met de titel ‘Bouwen aan de Vrede’.