Ville de Dinant NL
De omwalling van Dry-les-Wennes  

Dinant breidde voortdurend uit en verlegde dan ook gestaag de grenzen van haar versterkingen. De stad heeft een dubbele natuurlijke bescherming, enerzijds zijn de steile rotswanden een onoverkomelijke hindernis en anderzijds beperkt de rivier die aan haar voeten stroomt, de benaderingsmogelijkheden aanzienlijk. Met de conflicten verschenen ook de omwallingen. Met andere woorden, ze hebben altijd bestaan! In de middeleeuwen is Dinant een rijke en machtige stad die al snel een uitgestrekte lus van stadswallen om zich heen bouwt. Dat maakte ook dat er tal van torens en poorten moesten opgetrokken worden. Er is al een vermelding van een stadswal in 1239.
In het noordelijk gedeelte van de stad, in het gehucht Dry-les-Wennes,  torenen de stadsmuren uit boven de rue Saint-Pierre, aan het Athénée Royal. Ze monden uit op de top van het kleine dal van de rue Saint-Jacques. Verder strekken ze zich van noord tot zuid uit tot in het midden van de helling op de rechterflank van de vallei, waar ze het reliëf van de rots volgen. De overblijfselen omvatten een doorlopende omwalling van 450 meter. Onderweg staan een opmerkelijk goed bewaarde grote hoektoren met zeven kanten (Taravisée toren) en vier kleine torentjes.
Aan het versterkte werk van Dry-les-Wennes gebeurde tot nu toe geen enkele ingreep en het werd ook nog nooit archeologisch bestudeerd. Toch zijn deze overblijfselen van belang, omdat ze behoren tot de laatste grote getuigen van de middeleeuwse militaire architectuur van een versterkte Maaslandse stad. Het zou best kunnen dat ze uit de dertiende eeuw dateren, maar ze dragen wel tal van sporen van de vele aanpassingen in verschillende tijdperken.
In de dertiende eeuw was de wijk Saint-Pierre vanuit Leffe enkel toegankelijk via een versterkt bolwerk, ‘porte Saint-André’ genaamd. Deze wordt voor het eerst vernoemd in de archieven in 1232. Tegen deze poort lopen de twee vleugels van de omwalling uit die de stad in het noorden afsluiten. De ene gaat naar de Maas, om daarna de rivier te volgen, de andere is de omwalling van Dry-les-Wennes.
De plaats van deze omwalling roept heel wat vragen op. Vanaf 1675 worden de defensiestructuren van de stad, tijdens de Franse bezetting, grondig herwerkt. De omwalling wordt deels verwaarloosd, ten bate van nieuwe, beter aangepaste versterkingen, op de top van de helling van de vallei.
In enkele woorden…
De Taravisée toren: volgens de mondelinge overlevering wachtte het garnizoen dat de toren bezette, na een nederlaag van de stad, nog steeds op de vijand, vandaar het woord ‘Taravisée’ of tardivement avisé (laat op de hoogte gebracht).
Dry-les-Wennes: ‘wennes’ komt van het Duitse wende-wenden, dat ‘omdraaien’ betekent (bij uitbreiding, stok om het linnen te drogen, droger), ‘dry’ komt van het Waals en betekent achter. Dry-les-wennes betekent dan: achter de stokken (drogers). Deze naamgeving kan verklaard worden door het gegeven dat de lakenwevers in de middeleeuwen in de wijk Saint-Pierre woonden. Ze hingen hun lakens wellicht op houten drogers aan de achterkant van de huizen en in de buurt van de omwalling.