Ville de Dinant NL
De Porte de La Val in Bouvignes  

Beschrijving

De ‘Porte de La Val’, deze buitengewone getuige van de middeleeuwse omwalling van Bouvignes, ligt tegenover het nummer 15 van de rue Cardinal Mercier. De poort werd in de tweede helft van de veertiende eeuw gebouwd (omstreeks 1380). Het geheel werd in 1904 gerestaureerd, en is sinds 24 april 1948 beschermd.
De poort is een overdekte doorgang, die geflankeerd wordt door twee dezelfde ronde torens. 

De westelijke toren of ‘Tour de La Val’ waarvan enkel de eerste bouwlaag bewaard bleef, bevat drie schietgaten op omzeggens gelijke afstand van elkaar. De toren heeft nog een binnenmuurse trap in het noorden. Hij is toegankelijk langs de eerste bouwlaag, via een opening onder een verlaagde boog. De trap is oost-westgericht en leidde naar het tweede niveau dat nu niet meer bestaat.

De tegenoverliggende toren in het oosten, Sainte-Barbe genaamd, is op dezelfde manier geschikt, maar de binneninrichting is omgekeerd. De twee grote schietgaten met nis bleven opmerkelijk goed bewaard. Het gebouw is nog vrij hoog. 
Ook in deze toren is er een trap aan de noordkant, die naar het tweede niveau leidt, maar omgekeerd gericht is ten opzichte van de tweelingtoren.

De twee torens waren enkel toegankelijk vanaf het eerste niveau van elke toren.

De benaming ‘Sainte-Barbe’ zou komen van een klein gezicht dat in hoog-reliëf uitgesneden werd en in het midden van de huidige ophoging staat. Dit gezicht zou van de heilige zijn, met een hennin op het hoofd, een hoofddeksel dat in de veertiende eeuw erg in de mode was. Zij was de beschermheilige van de kanonniers en artilleristen in de middeleeuwen. Deze toren diende zeer waarschijnlijk als opslagruimte voor kanonpoeder.

De overdekte doorgang van 11,30 meter bestaat uit twee afzonderlijke delen. Het eerste is 5,80 meter lang en 3,45 meter breed en heeft een spitstongewelf. Het tweede deel is 5,50 meter lang en 2,65 meter breed en heeft een rondbooggewelf, dat later dan de bouw zelf werd herwerkt. De twee gewelven zien er totaal anders uit, wat erop wijst dat ze op verschillende tijdstippen gebouwd werden. Volgens sommigen dateert het tweede deel uit de romaanse tijd. In de muur, net boven het gewelf aan de kant van de stad, is een kleine nis te zien. Wellicht stond hier vroeger een beeldje dat bedoeld was om de stad te beschermen.

In 1858 werd overwogen om de ‘Porte de la Val’ af te breken. Ze werd gedeeltelijk gerestaureerd omstreeks 1904. Een tweede restauratie volgde in 1977-1978, maar deze betrof vooral de muur van de omwalling van het gravenkasteel, die tegen het westelijk koor van de kerk uitmondt. Deze werken gebeurden onder leiding van architect Bonaert.