Ville de Dinant NL
De brug van Dinant  

Het is best mogelijk dat er in de Romeinse tijd al een brug was in Dinant. Er wordt in elk geval in de negende eeuw melding gemaakt van een brug.  De sterke stroming van het water zal die brug echter meesleuren. Tot in 1080 wordt dan maar een bootje gebruikt, dat eigendom was van de abt van Waulsort. Ideaal was dat natuurlijk niet (hoogwater, omvallen). Er moest dus een nieuwe, stenen brug komen, dit keer met zes bogen. Zo gezegd, zo gedaan. Omstreeks 1360 werd een nieuwe brug gebouwd, met een beweeglijke brugvloer, en aan de linkeroever beschermd door twee machtige torens.

Op deze brug speelde zich ook het drama af dat Dinant een zware klap toebracht in 1466. Achthonderd inwoners werden toen, per twee aan elkaar gebonden, in de rivier gegooid. Volgens de traditie ontstond hier de bijnaam van de inwoners:  ‘copère’, dat zou komen van de verbastering van de Waalse uitdrukking "cô one paire" (nog een paar), zoals de soldaten van Karel de Stoute die de gevangenen doorgaven het uitspraken. Deze zelfde traditie beschrijft hoe de inwoners van Bouvignes, die op de twee oevers stroomafwaarts hadden postgevat, al wie zich trachtte te redden weer het water induwden. Bouvignes, de stad die stroomafwaarts in de vallei aan Dinant grensde, was immers verbonden aan de grondgebieden van de hertog van Bourgondië en de inwoners waren koperbewerkers, net als de Dinantezen (die afhingen van de prins-bisschop van Luik). Deze  economische wedijver was wellicht de oorzaak dat beide steden eeuwenlang verwoede rivalen waren. 

In 1573 overstroomt de Maas alweer. Ook nu begeeft de brug het. Pas na de inname van Dinant door Lodewijk XIV (1675) komt er een nieuwe brug. We schrijven dan al 1683. De ironie van het lot wil dat het verdrag van Rijswijk bepaalt dat de Fransen zich terugtrekken en de stad weer in dezelfde staat moet gebracht worden als vóór de inname. Om dit toe te passen, doen de Fransen de twee bogen van de brug springen. 

In 1870 wordt de stenen brug die in 1716 werd herbouwd, vervangen door een brug op metalen bogen. Deze brug wordt op 23 augustus 1914 verwoest.

Op 15 augustus 1914 bestormt het regiment van Charles de Gaulle de citadel, die toen door de Duitsers bezet was. Hij zelf wordt gewond en afgevoerd. Volgens de mondelinge overlevering gebeurde dit tijdens de oversteek van de brug. 

En weer wordt de brug heropgebouwd, dit keer in 1925. Tijdens deze bouw verliest Balbour (Dinantse held van de oorlog 1914-1918) het leven. 

Het Belgisch leger blaast de brug op 12 mei 1940 op, om de oprukkende Duitse troepen tegen te houden.
De huidige brug heeft een steenweg van 9 meter breed en twee uitspringende voetpaden van elk drie meter breed. De twee traveeën zijn ieder ongeveer 54 meter lang. De brug werd uitgevoerd in voorgespannen beton. Ze werd in juni 1953 in gebruik genomen en is opgedragen aan  Charles de Gaulle.