Ville de Dinant NL
Wapenschilden van Dinant  

De officiële wapenschilden van Dinant


Op het Congres voor Archeologie en Geschiedenis, dat in 1903 in Dinant plaatsvond, hield baron del Marmol een uiteenzetting over de wapenschilden van de stad Dinant.
Een overzicht van de Dinantse zegels door de eeuwen heen geeft ons een goed beeld van de echtheid of de vervalsing van de huidige wapenschilden die in 1840 ontworpen werden. Dit onderzoek betreft enkel de figuur op het wapenschild, namelijk de leeuw, zijn kroon, zijn houding en de achtergrond van het wapenschild.
Op de dertig zegels die op de tentoonstelling van Dinant te zien zijn, hebben er eenentwintig speciaal betrekking op de stad. En de dertien leeuwen op deze schilden maken duidelijk in welke mate de verbeelding of  onwetendheid de integriteit van het primitieve embleem vaak aantastten.

De leeuw van Dinant moet de muurkroon dragen.

Inderdaad, buiten drie zegels, namelijk:

Dat van 1271, met de halve leeuw, nr. 1, gekroond met drie gebogen punten,  devies: Sine me ne credat.
Dat van 1676, waarop de heilige Perpetuus afgebeeld staat met als randschrift: S. Villici et omnium villae dionantis (zonder leeuw).
Dat van 1676 met de afbeelding van een poort waar twee torens tegen leunen (zonder leeuw), met peervormige klokkentorens (zonder leeuw), die herinneren aan het huidige zegel van de Onze-Lieve-Vrouwkerk, met het devies: Veritas, en als randschrift: S. du Bourgmestre et du Conseil (zegel van de burgemeester en van de raad).

Hebben de meeste oude zegels van Dinant kantelen, namelijk:


Dat van 1255, met gekanteelde toren op een rots, met omwalling.
Dat van 1271, met zijn drie gekanteelde torens op een berg, waarvan twee getopt met de buste van de heilige Perpetuus en van een bisschop.
Dat van 1317, met een gekanteelde poort en het devies: Ita.
Dat van 1317, met een gekanteelde toren op een brug.
Dat van 1480, met de heilige Perpetuus, muurkroon met leeuw: S. omnium, etc.
Dat van 1480, met valpoort en gekanteelde poort (du Râteau) en het devies: Sine me noli credere.
Dat van 1519, met gekanteelde toren van het stadhuis op een brug, met het devies: Sigillum villici et loco omnium dionentium.
Dat van 1556, met de maagd tussen twee gekanteelde pilasters, getopt met  een leeuw met muurkroon en het randschrift: Sigillum ad causas dionantis.
Dat van 1671, met muurkroon en leeuw, op de reliekbuste van de heilige Perpetuus van de Onze-Lieve-Vrouwkerk in Dinant.

Voegen we bij deze nomenclatuur van wapenschilden met kantelen de benaming van versterkte stad (oppidum), die vanaf 1080 op Dinant werd toegepast, dan beschikken we over voldoende documenten om op de leeuw van Dinant weer de oude muurkroon te plaatsen, in de plaats van de uit de lucht gegrepen kroon van 1840, een reproductie uit 1830 en 1785, en varianten van Hal en van Blacu. Dinant was inderdaad nooit een baronie, noch een graafschap, een markgraafschap, een hertogdom of een prinsdom.
De drie leeuwen van 1480 (porte du Râteau), van 1612 Luikse liard en van  1693 (tafereel van het stadhuis van Dinant) hebben geen kroon.
Hier duikt een tweede wijziging aan de wapenschilden van Dinant op.
De leeuw veranderde evenveel van houding als van kroon, welke is echt?
Deze leeuw komt gedurig ‘half’ uit het water (niet uitkomend); hij zit er voor driekwart in, zoals de vroegere brug die in 1175 werd meegesleurd door een hevige onderstroming (zie het zegel van 1317) en de in 1360 herstelde brug (zie het zegel van 1519); de pijlers van deze bruggen doken natuurlijk in het door de stroming woelige water. 
De oude zegelmakers hadden deze gedeeltelijke onderdompeling van hun leeuw in het water doordacht gekenmerkt met de scheiding tussen de romp en de staart, zoals blijkt op volgende 9 zegels, namelijk:

Dat van 1271, reeds genoemd (nr. 1).
Dat van 1319, van de metaalbewerkers (lichaam met twee vinnen) (leeuw nr. 3).
Dat van 1339, van Doucet d’Arcq (leeuwen nr. 1 en 2).
Dat van 1480 van de Generaliteit (leeuw nr. 4).
Dat van 1480, tegenzegel id. (leeuw nr. 5).
Dat van 1566, zegel ad causas (leeuw nr. 6).
Dat van 1671, lavacrum van Hal (leeuw nr. 10).
Dat van 1676, porte du Râteau (leeuw nr. 11).
Dat van 1693, tafereel van het stadhuis (leeuw nr. 12).
De staart is enkel met het lichaam van de leeuw verbonden in de drie moderne zegels van 1785, 1830 en 1840, op de Luikse liard van 1612 en de buste van de heilige Perpetuus van 1671.
De kleur die de leeuwen krijgen, wijst op hun oorsprong: bruin voor het wassen zegel, geel voor het koperen zegel uit 1830; grijs (nr. 10), marmer; wit, zilver; blauw, de horizontale strepen (nr. 8).
De in de tekst genoemde blazoenen:

           

 

       

        
                  

* : De strepen van de leeuwen nrs. 12, 13, 15 en 16 moeten verticaal zijn.

Bijgevolg kunnen we niet anders dan het Congres aanraden de redelijkste tekening met de grootste symbolische kracht te kiezen en die naar vroeger verwijst, namelijk met een scheiding tussen staart en romp.

Besluit: De wapenschilden van Dinant moeten als volgt gereconstrueerd worden:
Zilveren schild (zoals in 1840).
Leeuw van keel, halve leeuw met gouden muurkroon.
Geklauwde en getongde leeuw van keel, de romp ver van de staart die  naar links gekeerd is, dit wil zeggen naar de leeuw.

Het Koninklijk Besluit van 7 december 1927 beschrijft de wapenschilden van de stad als volgt:
Van zilver met halve leeuw van keel, gekroond met een gouden kroon met drie fleurons. Het schild is aan de buitenkant getooid met een sieraad van het Franse oorlogskruis, met bijhorend lint en uitgaand van de schildpunt. 
 

Vandaag (2005) staat volgend wapenschild op de officiële briefwisseling van de stad Dinant:

Er werd een palm toegevoegd aan het sieraad van het Franse Oorlogskruis.

Een ontwerp uit 1989.

Het idee voor nieuwe wapenschilden dateert uit 1965, het jaar van de eerste fusie met Bouvignes, Anseremme en Dréhance.

In 1989 werd een nieuwe ‘Conseil d’héraldique’ (in de schoot van de Franse Gemeenschap) opgericht, naar aanleiding van de communautarisering van de staat.
In de overweging dat het een goede zaak was om rekening te kunnen houden met alle eigenheden van de nieuwe Dinantse entiteit, werd een werkgroep opgericht om de nieuwe wapenschilden te beschrijven, en tegelijk de kenmerken van de twee officiële wapenschilden van Dinant en van Bouvignes en het sieraad aan de buitenkant (Frans Oorlogskruis) in ere te houden.
Voor Anseremme bestonden er officieuze wapenschilden: een heilige Hubertus met het hert. De proosdij hing af van het Prinsdom Luik en dus werd overwogen om goud en purper als kleuren te kiezen. De heilige Hubertus verwees ook naar de jacht, de wouden, het platteland en, bij uitbreiding, naar de zuivere lucht, het toerisme, vakantie,…
De zeven landelijke gemeenten moesten een plaats krijgen. Het werden zeven met elkaar verbonden korenaren, tegen een groene achtergrond (sinopel), wat stond voor grondbewerking en weiden.
Omdat het vaak nuttig is om wapenschilden aan historische gebeurtenissen te koppelen, werd voorgesteld om het beeld van Notre-Dame de Foy en de Sint-Jacobsschelp toe te voegen (als teken van de aansluiting van de pelgrims), in een zilveren tint op een azuurblauwe achtergrond. Dit voorstel berustte op het gegeven dat Foy Notre-Dame al sinds de zeventiende eeuw doorlopend een Maria-bedevaartsoord was en dat Dinant een etappe was voor de bedevaarders die naar Santiago de Compostella trokken.
Op grond van al deze ideeën samen kwam volgend voorstel uit de bus:
gevierendeeld en beladen met zilveren hartschild, met halve leeuw van keel, gekroond met een gouden kroon met drie fleurons; 1. met purper en getooid met een Sint-Hubertus met het hert aan zijn zij, allebei van goud; 2. van goud met een zwarte, klimmende, gekroonde en getongde leeuw van keel; 3. van sinopel met boeket van zeven met elkaar verbonden gouden korenaren; 4. azuurblauw met de Heilige Maagd van Foy, van zilver met links ernaast de zilveren Sint-Jacobsschelp; het gouden schild aan de buitenkant getooid met een sieraad van het Franse oorlogskruis, met bijhorend lint en uitgaand van de schildpunt.

Enkele heraldische termen om de tekst beter te begrijpen:

Azuur: hemelsblauw
Devies: wapenspreuk
Getongd: met uitgestoken tong
Getopt: bekroond
Gevierendeeld: in vieren verdeeld schild
Goud: geel
Halve leeuw: leeuw waarvan alleen het bovenlijf afgebeeld is en de benedenhelft ontbreekt
Hartschild: een schild (meestal in het midden) dat een wapenschild in drie, vijf of nog meer velden verdeelt
Keel: rood
Klimmende leeuw:  leeuw die op zijn achterste poten staat, met de kop opzij
Muurkroon: ereteken voor de krijgsman die het eerst de muur van een vijandelijke stad had beklommen (vaak met kantelen)
Purper: rood-violet
Randschrift: opschrift in de rand
Sabel: zwart
Sinopel: groen
Uitkomende leeuw: leeuw waarvan alleen het bovenlijf afgebeeld is, maar die uit een stuk of een voorwerp lijkt op te rijzen (waar hij dus mee verbonden is, i.t.t. de halve leeuw die los in het veld staat)

Bibliografie:


A. HUART, Les blasons de Namur et Dinant, Uittreksel uit deel 36 van de  ‘Annales de la Société Archéologique de Namur’, Namen, 1925, pp. 225-257.
Ferd. del MARMOL (Baron), Dissertation sur les armoiries de la ville de Dinant, Uittreksel uit het verslag van het ‘Congrès d'Archéologie et d'Histoire’. Dinant 1903, Namen, 1904, pp. 1-7.
Zie ook het Logo van de stad Dinant.